Steensoorten



Speksteen en albast behoren tot de omzettingsgesteenten. Deze stenen hebben een omzetting of metamorfose ondergaan. Deze is teweeggebracht door inwerking van hoge druk en verhitting of door chemische reacties. Hierdoor is de oorspronkelijke structuur van de gesteenten veranderd en zijn er nieuwe steensoorten ontstaan.
Bekendste omzettingsgesteenten zijn marmer, leisteen,  speksteen, albast en serpentijn.

Speksteen

Speksteen, ook wel zeepsteen genoemd, is een zachte vette vuurvaste steen. Speksteen is eenvoudig te bewerken met raspen. Grote stukken kunnen ook gezaagd worden.
Nadat de steen bewerkt en gepolijst is worden de verrassende kleuren zichtbaar. Plaatsen  van herkomst zijn onder andere China, Brazilië, India en Australië.    




Albast

Albast is een witte doorschijnende steen, soms met melkvlekken. Er bestaan ook bruine varianten en varianten met blauwe aderen. Deze steen is iets harder dan speksteen en stroever om te bewerken. Albast wordt gevonden in onder andere Spanje en Italië.

 

Serpentijn                                              
Serpentijn wordt ook wel slangesteen genoemd.
Deze komt voor in verschillende varianten. Helder groen met bruin oranje vlekken wordt Opaal genoemd.
Zwart met een roestbruine schil is een harde soort en noemen we Springstone.
Groen en rood gevlekt noemen we Kobalt. Deze is wat breukgevoeliger.
De meeste serpentijn komt uit Zimbabwe.    



Raspen 
De gereedschappen, waarmee bovengenoemde stenen bewerkt worden. Het zijn  raspen in verschillende maten.